Beeld: Prasong Maulae/Getty Images/iStock
In een Kamerbrief over de aanpak van fraude en criminaliteit in de zorg erkent VWS-minister Fleur Agema dat criminelen momenteel misbruik maken van het zorgstelsel. Op dit moment staan er onbevoegde personen aan het bed of verlenen zorg bij mensen thuis. Het lukt criminelen om misbruik te maken van het zorgstelsel en om “zich te verrijken ten koste van kwetsbare mensen, die zelf niet in staat zijn om aan de buitenwereld duidelijk te maken wat hen overkomt.”
Dat de georganiseerde criminaliteit juist de zorgsector heeft gekozen komt onder meer door de arbeidsmarktproblematiek in de zorg. Recentelijk zei de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) dat een groeiend aantal incidenten en meldingen die bij haar binnenkomen, is te herleiden naar de inzet van quasi-zorgverleners zonder een echt diploma.
Taskforce
Minister Agema wijst als oorzaak voor criminele activiteiten ook naar de ruimte tussen de verschillende domeinen. Denk aan de ruimte tussen verschillende ministeries, gemeenten, toezichthouders, opsporingsdiensten, zorgverzekeraars, zorgkantoren, zorginstellingen en opleiders. Het ministerie van VWS, verantwoordelijk voor een goed werkend zorgstelsel, inclusief het voorkomen van misbruik ervan, heeft daarom een Taskforce Integriteit Zorgsector (TIZ) opgezet, waar de IGJ, het Openbaar Ministerie (OM), de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) deel vanuit maken.
De Taskforce zelf wijst in een jaarbrief erop dat er nog onvoldoende resultaten zijn geleverd op de daadwerkelijke bestrijding van zorgfraude. In de jaarbrief staat: “Het is daarom noodzakelijk om de ambitie voor 2025 verder te versterken en nog nadrukkelijker de samenwerking bij de verschillende fenomenen rondom zorgfraude op te zoeken. Dit vraagt om een interdepartementale aanpak en samenwerking.”
In de Kamerbrief staat een aantal voorbeelden van strafvervolging door het OM. Uit de veroordelingen blijkt dat er voor enkele miljoenen zorggeld is witgewassen.
Particuliere opleidingen
In de Kamerbrief geeft Agema, die bij de fraudebestrijding samenwerkt met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Eppo Bruins (NSC), veel aandacht aan diploma’s. Uit de brief blijkt dat er sinds 2022 veel nieuwe private onderwijsinstellingen, gericht op opleidingen in de zorg, zijn opgericht. De Inspectie van het Onderwijs en de Dienst Uitvoering Onderwijs moeten nieuwe aanvragen voor particuliere opleidingen goedkeuren, maar zo blijkt uit de Kamerbrief, heeft te weinig bevoegdheden om het verleden van aanvragers na te gaan en om die reden een aanvraag te weigeren. Agema en Bruins willen daarom een integriteitstoets onderdeel maken van de erkenningsprocedure.
Criminelen hebben ‘opleidingen’ opgezet die verklaringen over werkervaring en stages via Erkennen van Verworven Competenties (EVC’s) omzetten naar diploma’s voor de zorg en het kwaliteitsregister voor de jeugdzorg, waardoor het diploma en de registratie zelf echt is. EVC’s worden uitgegeven op basis van werkervaring en stages. Het systeem van erkende EVC-aanbieders valt niet onder overheidstoezicht, zo blijkt uit de Kamerbrief, en wordt volledig gereguleerd door de markt. Het ‘Nationaal Kenniscentrum EVC’ heeft volgens Agema te weinig bevoegdheden om toezicht en controle uit te oefenen en om de kwaliteit te bewaken.
Inmiddels zijn alle onderwijsinstellingen gestopt met het gebruik van EVC’s om vrijstellingen te verlenen. De Stichting Kwaliteitsregister Jeugd heeft besloten om tijdelijk alle aanvragen voor een EVC-certificaat om te zetten in een vakbekwaamheidsbewijs binnen het Jeugddomein op te schorten. Dossiers van professionals die op basis van een EVC geregistreerd staan, worden onderzocht op rechtmatigheid.
Ruimte voor versnelde routes
De ministeries van OCW en SZW ‘beraden zich’ of onderwijsinstellingen zich meer zouden moeten gaan richten op bestaande en betrouwbaardere alternatieven voor het erkennen van eerdere leer- en werkervaring. “Het uitgangspunt hierbij is dat er ruimte blijft voor het aanbieden van versnelde opleidingsroutes voor zij-instromers in met name tekortsectoren”, aldus Agema en Bruins.
Voordat criminelen zich richten op EVC’s, vervalsten ze diploma’s. Uit een onderzoek van de IGJ en de Nederlandse Arbeidsinspectie bij onderwijsinstellingen blijkt dat van de 1039 onderzochte diploma’s bij bijna een derde mogelijk fraude is gepleegd. Agema stelt dat het onderzoeksteam ‘contact houdt’ met de onderwijsinstellingen die bezig zijn met vervolgstappen, zoals nader onderzoek.
Snackbar
Een ander groot probleem bij de aanpak van criminelen in de zorg is dat het heel makkelijk is om zorgaanbieder te worden. Aad Koster van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ) zei onlangs nog dat het makkelijker is om aanbieder te worden in de thuiszorg dan om een snackbar te openen. Uit de Kamerbrief blijkt dat de Kamer van Koophandel (KvK) nieuwe zorgaanbieders bij de inschrijving niet screent en daardoor ook niet kan weren. Gevolg is dat malafide zorgaanbieders pas achteraf, bij misstanden, in het vizier komen. Inmiddels is er een ‘barrièremodel zorgfraude’ opgezet. De KvK heeft de afgelopen vier jaar 291 keer een ‘risicosignaal’ afgegeven bij vermoedens van criminele zorgpraktijken. De zorg blijkt daarmee de tweede sector met de meeste vermoedens van criminele praktijken.
De KvK is nog aan het ‘verkennen’ hoe zij haar poortwachtersrol kan versterken. Bij die verkenning wordt gekeken naar mogelijkheden om inschrijvingen in het Handelsregister te weigeren.
Wetgeving
Agema wil ook via wetgeving – Wet toetreding zorgaanbieders, Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) en de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg – de gaten vullen die criminelen in de zorgsector vinden. Toezichthouders hebben zich bij het wetsvoorstel voor de Wibz al hardop afgevraagd of dit de manier is om fraude met zorggeld aan te pakken.
De misstanden in de zorgsector zijn aan het licht gekomen door een brief uit januari 2024 van anonieme zorgprofessionals aan werkgevers. De Inspectie van het Onderwijs en de IGJ startten daarop een verkennend onderzoek.
Volgens mij is de link met het fundament onder het Nederlandse zorgstelsel duidelijk:
1 Marktwerking en Toetredingsdrempels
De kern van het probleem ligt in de lage drempels om zorgaanbieder te worden. In het huidige systeem kan vrijwel iedereen zich inschrijven als zorgverlener, terwijl de controle en het toezicht gefragmenteerd zijn over verschillende instanties. Dit staat in contrast met bijvoorbeeld de horeca, waar het openen van een snackbar meer regulering kent dan het opzetten van een zorgorganisatie.
2 Versnipperd Toezicht
De zorgmarkt in Nederland kent meerdere toezichthouders, zoals de IGJ, de NZa, het OM, de Arbeidsinspectie en de KvK. Echter, door de versnippering van verantwoordelijkheden kunnen criminelen door de mazen van het systeem glippen. Dit is een direct gevolg van de complexiteit van de gereguleerde marktwerking, waarin meerdere spelers opereren zonder een eenduidige handhavingsstructuur.
3 Rol van Zorgverzekeraars
Zorgverzekeraars spelen een grote rol in de financiering en contractering van zorgaanbieders, maar hun focus ligt vaak meer op kostenbeheersing dan op kwaliteit en integriteit van aanbieders. Dit maakt het mogelijk dat frauduleuze partijen zich met minimale controle in de zorgmarkt nestelen en geld uit het zorgbudget wegsluizen.
4 Financiële Prikkels en Fraude
De marktwerking heeft financiële prikkels gecreëerd die fraude aantrekkelijk maken. Door per cliënt gefinancierd te worden, zonder strikte kwaliteitscontroles vooraf, kunnen malafide aanbieders forse winsten maken met minimale inspanningen. Dit ondermijnt niet alleen de kwaliteit van zorg, maar brengt ook kwetsbare patiënten in gevaar.
Er zijn vast alternatieven voor dit fundament; 192 van de 196 landen wereldwijd hebben het immers al gevonden.
Nu Nederland nog.
Prima dat Minster VWS en aanverwante collega‘s de formele ( juridische ) kant van het bieden van professionele zorg ( toelating en bevoegdheid ) en het betreffend onderwijs aanscherpt. Maar in deze tijd van grote schaarste aan zorgprofessionals speelt ook „passende bekwaamheid“ als criterium een belangrijke rol. De BIG geregistreerde zorgprofessionals ex art 3 kennen een register en verplichte herregistratie alsook tuchtrecht. Zij lopen een risico om aansprakelijk gesteld te worden voor het samen werken met onbevoegde, maar vooral onbekwame werkers in de professionele zorg voor de individuele gezondheid. Het lijkt me daarom zaak om hen formele „zeggenschap“ te verlenen om de ( nieuwe) medewerkers te toetsen op hun betreffende bekwaamheid en wel/niet te contracteren!